Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Heb je een vraag over de meldcode? Bekijk hieronder de veelgestelde vragen en vind antwoorden op de meest gestelde vragen. Staat je vraag er niet bij? Probeer dan via de zoekfunctie de informatie te vinden.

Jaarlijks zijn ongeveer 200.000 mensen slachtoffer van huiselijk geweld en ongeveer 117.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Professionals kunnen een belangrijke rol spelen in het signaleren van deze vormen van geweld. Uit onderzoek blijkt dat professionals signalen van geweld en mishandeling niet altijd herkennen. Of dat ze niet weten wat te doen met de signalen.

Doel van de wet meldcode is dat er sneller en adequater wordt ingegrepen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. De meldcode biedt een concreet stappenplan waaruit blijkt wat professionals moeten doen bij signalen van geweld. En dat werkt. Professionals met een meldcode grijpen drie keer vaker in dan professionals zonder meldcode.

Een meldcode is een stappenplan dat professionals ondersteunt bij het signaleren van en handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling.

De wet meldcode verplicht organisaties om een meldcode in de eigen organisatie te implementeren en het gebruik en kennis hiervan te bevorderen.

Per 1 januari 2019 verandert de meldcode. Het wordt een professionele norm om melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute en structurele onveiligheid. De 5 stappen uit de meldcode blijven bestaan, maar stap 4 en 5 worden aangepast. In stap 5 vervalt het onderscheid tussen hulp verlenen of melden. De beroepskracht neemt in de nieuwe situatie twee losse besluiten:

  1. Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk?
  2. Is zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk?

Als hulpmiddel om te komen tot het besluit om te melden is het per 1 januari 2019 verplicht om als beroepskracht een afwegingskader te gebruiken in stap 4 en 5 van de meldcode.

Dit afwegingskader helpt hen bij het wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en bij het beslissen.

Alleen leerplichtambtenaren zijn verplicht te werken met een meldcode. Daarnaast bevelen wij aan een meldcode op te stellen voor ambtenaren die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning in direct contact staan met cliënten. Denk bijvoorbeeld aan jongerenwerkers of medewerkers van een Wmo-loket, als die in dienst zijn van de gemeente.

Indien (ook) voor andere ambtenaren die veel in contact staan met cliënten een meldcode wordt opgesteld, zoals consulenten werk en inkomen, dan juicht de Rijksoverheid dit van harte toe.

Vrijwilligersorganisaties zijn niet verplicht te beschikken over een meldcode. Wanneer vrijwilligersorganisaties op eigen initiatief met een meldcode werken, juicht het Rijk dit van harte toe. Organisaties die met vrijwilligers werken waarvoor de verplichting wel geldt, kunnen in hun eigen meldcode aangeven welke rol deze vrijwilligers kunnen spelen. Dit zal verschillen naar soort vrijwilliger en organisatie.

Er is sprake van structurele onveiligheid als een kind of volwassene bij herhaling of voortduring in een onveilige situatie verkeert.

Een voorgeschiedenis van huiselijk geweld of kindermishandeling is de belangrijkste voorspeller voor voortduren van onveiligheid (plegerschap en slachtofferschap) in de toekomst.

In de afweging of sprake is van structurele onveiligheid is ten minste over de volgende factoren informatie nodig: herhaling van geweld/onveiligheid, oudersignalen en eventuele kindsignalen/signalen van slachtoffers.

Voorbeelden:

  • Minderjarigen die opgroeien bij ouders met zodanig ernstige problematiek ten gevolge van een verstandelijke beperking, middelenverslaving, psychische problematiek dat de fysieke en emotionele veiligheid van het kind bij herhaling en/of voortdurend wordt bedreigd
  • Vergelijkbare situaties met kwetsbare ouderen en een mantelzorger
  • Escalerende vormen van stalking in partnerrelaties.

Er is sprake van acute onveiligheid als een persoon in direct fysiek gevaar is, diens veiligheid de komende dagen niet gegarandeerd is en hij of zij direct bescherming nodig heeft.

Bij het afwegen van signalen van huiselijk geweld en /of kindermishandeling schat een beroepskracht eerst en voortdurend in of een betrokkene acuut gevaar loopt. Dit betreft de aanwezigheid van fysiek of seksueel geweld (met of zonder letsel) of, in geval van zorgafhankelijke kinderen of (oudere) volwassenen, de afwezigheid van de meest basale verzorging (waaronder eten, drinken, kleding en onderdak) maar bijvoorbeeld ook het onnodig toedienen van medicijnen of het verrichten van onnodige zorg.

Voorbeelden:

  • Door geweld toegebrachte verwonding die medische behandeling behoeft
  • Poging tot verwurging
  • Geweld tijdens de zwangerschap
  • (Vermoeden van) seksueel misbruik of seksueel geweld of seksuele exploitatie van kinderen jonger dan 18 jaar
  • Onthouden van zorg die acuut de gezondheid bedreigt van -9 maanden tot +100 jaar, waaronder het onthouden van voedsel
  • Slachtoffers die uit zichzelf een beroepskracht om hulp vragen of zich uiten bij huiselijk geweld en/of kindermishandeling (onthulling). Het slachtoffer ervaart een acute crisis en vreest voor de veiligheid van zichzelf of gezinsleden.

In alle stappen van de meldcode kan contact worden opgenomen met Veilig Thuis voor overleg en advies. Je neemt in ieder geval contact op:
Bij stap 2 als je geen collega’s hebt om de casus mee te bespreken.
Bij stap 5 als de weging van het geweld in stap 4 heeft geleid tot de conclusie dat er sprake is van acuut en/of structurele onveiligheid.

Binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding rondt Veilig Thuis de veiligheidsbeoordeling af. Aansluitend krijg je als melder een terugkoppeling.

Als Veilig Thuis de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid op zich neemt dan hoor je bij de terugkoppeling wie contact gaat leggen met de leden van het gezin of huishouden: Veilig Thuis zelf, een wijkteam of een professional die eerder al betrokken was.

De radarfunctie gaat om het verbinden van informatie en om het volgen van de veiligheid, na overdracht. Om deze functie goed te kunnen vervullen gaat Veilig Thuis over méér informatie beschikken, afkomstig uit de volgende bronnen:
- meldingen van professionals die melden op basis van hun afwegingskader. Daardoor komen meer meldingen op de radar;
- meldingen die eerder zijn gedaan bij een van de 26 Veilig-Thuisorganisaties. Een landelijk Veilig-Thuisregister maakt het mogelijk na te gaan of niet alleen in de eigen regio, maar ook in andere regio’s eerder een melding is binnengekomen bij een van de Veilig-Thuisorganisaties;
- het langdurig en intensiever monitoren van casussen door Veilig Thuis is tevens onderdeel van de radarfunctie. Veilig Thuis zal in contact met de directbetrokkenen en de betrokken professionals vaststellen of het veilig is geworden en of deze veiligheid in stand blijft.

Veilig Thuis hecht veel waarde aan het informeren van de huisarts, Jeugdgezondheidszorg en school over onveilige situaties waarin hun patiënt/cliënt/leerling verkeert. Als er een nieuwe melding binnenkomt over een gezin of huishouden, dan zal de veiligheid opnieuw worden beoordeeld (triage) en zullen betrokken professionals geïnformeerd worden als dat nodig is voor de uitoefening van hun taak en verantwoordelijkheid.
Als Veilig Thuis heeft overgedragen aan een ketenpartner dan worden nieuwe meldingen, na triage, in de regel overgedragen aan diezelfde ketenpartner. In die situatie zal deze ketenpartner relevante andere partijen informeren.

Als je van oordeel bent dat je zelf over voldoende mogelijkheden beschikt om de noodzakelijke hulp te bieden of te organiseren dan levert de melding je de volgende voordelen:
- je krijgt antwoord op de vraag of er eerdere meldingen zijn gedaan;
- je krijgt informatie uit de eerdere meldingen voor zo ver je die informatie nodig hebt is voor het bewerkstelligen van directe en stabiele veiligheid;
- je kunt op basis van die informatie contact en samenwerking zoeken met anderen die zich zorgen maken over dit gezin of huishouden;
- je hoort het resultaat van de door Veilig Thuis uitgevoerde veiligheidsbeoordeling;
- je krijgt een deskundig advies van Veilig Thuis over de vervolgstappen
- je kunt met Veilig Thuis de samenwerking aangaan om de onveilige situatie te stoppen

Bij het doen van de melding vraagt Veilig Thuis je alle relevante informatie. Welke inschatting maak je van de veiligheid? Wat verwacht je van het doen van de melding? Ben je zelf in staat om hulpverlening te bieden of organiseren die leidt tot stabiele veiligheid? Al deze informatie is van directe invloed op de veiligheidsbeoordeling die Veilig Thuis gaat opstellen.

Na de veiligheidsbeoordeling zet Veilig Thuis een deel van de casussen direct door naar wijkteams. Het gaat daarbij om casussen die wat betreft aard en ernst van de gemelde problematiek door de wijkteams kunnen worden opgepakt.

De radarfunctie van Veilig Thuis houdt in dat de 26 Veilig Thuis organisaties informatie uit meldingen met elkaar verbinden en aan elkaar kunnen verstrekken. Bij iedere nieuwe melding wordt deze informatie aangevuld. Naarmate er meer professionals melden (ook als zij zelf hulp bieden of organiseren), beschikt Veilig Thuis over meer informatie die (bovenregionaal) gecombineerd kan worden. Zo kan Veilig Thuis tot een zorgvuldige beoordeling en besluitvorming komen bij een nieuwe melding.
Daarnaast kan een professional een signaal afgeven in de VIR als er zorgen zijn over een jeugdige (0-23 jaar). De verwijsindex is een digitaal hulpmiddel dat professionals verbindt als ze bij dezelfde jeugdige betrokken zijn. Zo wordt voorkomen dat ze langs elkaar heen werken.